Angststoornissen


We behandelen de volgende angststoornissen:

Een angststoornis ontstaat door een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren. Angststoornissen komen in bepaalde families meer voor dan in andere. Dat heeft te maken met erfelijkheid, maar ook met opvoeding. Een angststoornis begint vaak na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een sterfgeval, ernstige ziekte, verhuizing of ontslag. Maar ook leuke dingen zoals een huwelijk of de geboorte van een kind kunnen de aanleiding zijn voor een angststoornis. Ook uw persoonlijke eigenschappen zijn van invloed of u wel of niet een angst­stoornis krijgt. Voorbeelden van eigenschappen zijn: slecht voor jezelf opkomen, moeilijk gevoelens kunnen uiten, de neiging hebben problemen en conflicten uit de weg te gaan.

Sociale fobie
Een sociale fobie heet ook wel een sociale angststoornis. Bij een sociale fobie lijkt het alsof u erg verlegen bent. U voelt zich vooral in (onbekend) gezelschap onzeker. Ook heeft u vaak last van blozen of trillen of de angst dat dat gebeurt in gezelschap. En u heeft steeds het gevoel het niet goed te doen. De angst om vreemd gevonden te worden en af te gaan, beheerst uw hele doen en laten. Contacten leggen is voor u een groot probleem.
Een sociale fobie kan op verschillende situaties betrekking hebben. Bijvoorbeeld: de angst om iemand te ontmoeten, te telefoneren, in het openbaar te spreken of in een restaurant te eten. Iets meer dan 9 procent van de Nederlandse bevolking heeft in zijn leven ooit een sociale fobie gehad.

Specifieke fobie
Bij een specifieke fobie heeft u een extreme angst voor één bepaald ding, dier of situatie. Bekende fobieën zijn: vliegangst, hoogtevrees, claustrofobie, angst voor de tandarts en voor spinnen of muizen. Met een specifieke fobie kunt u vaak goed leven. Vliegtuigen en spinnen kunt u bijvoorbeeld vrij gemakkelijk vermijden. 8 procent van de Nederlanders heeft een specifieke fobie.

Paniekstoornis
Het belangrijkste kenmerk van een paniekstoornis is dat u regelmatig paniekaan­vallen heeft. U wordt dan op volkomen onverwachte momenten overvallen door grote angst. U heeft het gevoel de controle over uzelf te verliezen. Het gevoel dat u flauwvalt, doodgaat of gek wordt, is extreem. Een paniekaanval kunt u overal krijgen, zonder directe aanleiding. In Nederland heeft bijna 4 procent van de mensen wel eens een paniekaanval gehad.

Paniekstoornis met agorafobie (straatvrees)
Bij deze stoornis heeft u een combinatie van een paniekstoornis en straatvrees. Straatvrees heet ook wel agorafobie of pleinvrees. Bij straatvrees bent u bang voor plaatsen waar u niet goed weg kunt komen. En u bent bang dat u geen hulp kunt krijgen als er plotseling iets gebeurt. Verder durft u bijvoorbeeld niet op straat te komen, naar de bioscoop te gaan of met de bus of trein te reizen. U kunt ook zo bang zijn dat u niet alleen thuis durft te zijn. Op straat of in grote ruimtes voelt u zich weerloos en doodsbang. U kunt dan door paniek worden overvallen. Meer dan 3 procent van alle Nederlanders krijgt in zijn leven ooit straatvreesklachten.

Obsessieve-compulsieve stoornis (dwangstoornis)
Bij een dwangstoornis herhaalt u steeds bepaalde gedachten (obsessies) en hande­lingen (compulsies). U kunt last hebben van alleen dwanggedachten, daarbij kunt u ook last hebben van dwanghandelingen. Een voorbeeld van een dwanggedachte is dat u bang bent dat er iets ergs met uzelf of met een dierbare gebeurt als u bepaalde ‘verkeerde’ dingen denkt. U doet dit om uzelf te beschermen tegen een enorme onrust, angst en het gevoel dat er iets vreselijks gaat gebeuren. Voorbeelden van dwanghandelingen zijn: handen wassen, controleren of het gas uit is, het huis schoonmaken of alle gele stoeptegels tellen, soms wel honderd keer op een dag. 1 tot 4 procent van de Nederlanders heeft ooit dwangklachten. Kijk voor meer informatie over dwangstoornissen elders op de website.

Gegeneraliseerde angststoornis (piekerstoornis)
Bij een piekerstoornis maakt u zich lange tijd ernstig zorgen over dingen die horen bij het dagelijks leven, bijvoorbeeld geld en gezondheid. De zorgen zijn niet nodig, want in uw leven gaat alles goed. U heeft bange voorgevoelens, u piekert, u bent somber en overbezorgd. Ook kunt u zich gejaagd en rusteloos voelen. 4,5 procent van alle Nederlanders heeft in zijn leven een piekerstoornis.

http://www.psychischegezondheid.nl/page/689/soorten-angst.html